Welke verhalen, zorgen en dromen leven er bij de inwoners van een gemeente als het gaat om leefbaarheid en klimaatverandering? En hoe kunnen die in een culturele productie naar voren worden gebracht? Die vragen staan centraal in het project Gronings Vuur. Initiatiefnemer Gea Smidt: “Door de bijdrage van Toukomst kunnen we met ons reizende cultuurprogramma de komende vijf jaar langs alle tien gemeentes in de provincie. Inmiddels zijn we al gestart in Westerwolde.”

Gronings Vuur is een cultureel-maatschappelijk project. Gea Smidt, algemeen en artistiek leider: “We gaan van gemeente naar gemeente en vragen inwoners wat er leeft bij hen, waarbij leefbaarheid en klimaat het uitgangspunt zijn. De verhalen vormen de basis voor een culturele productie. Dat kan locatietheater of een tentoonstelling zijn, maar ook een wandeling.”

Door de bijdrage van Toukomst kunnen we met ons reizende cultuurprogramma de komende vijf jaar langs alle tien gemeentes in de provincie.

Wensen en meningen

Hoe dit alles in z’n werk gaat? De initiatiefnemers van Gronings Vuur – een groep van zeven – gaan de dorpen en steden in. Ze gaan naar plekken waar mensen sporten, waar gewinkeld wordt, bij de biljartclub, elke plek waar mensen bij elkaar komen. Daar kan iedereen z’n verhaal kwijt. “We gaan echt naar de bewoners toe: zij weten het beste wat er speelt in hun gemeente. Op deze manier halen we verhalen op. Wat is er al gaande op het gebied van leefbaarheid en klimaat, welke mensen hebben er kennis van in dit gebied? Wat zijn de wensen, dromen, meningen? En hoe creëren we begrip voor elkaars mening?” vertelt Gea.

Aanjager

In elke gemeente wordt naast een lokale aanjager ook een productieleider gezocht. Voor de aanjager wordt gezocht naar iemand die de gemeente goed kent en die de initiatiefnemers in contact brengt met inwoners, sleutelfiguren en maatschappelijke en culturele organisaties. Verder zijn amateurs en professionals uit de sector nauw betrokken. Met name ook jongeren tot 25 jaar, want zij hebben de toekomst, aldus Gea. Denk aan kunstenaars, fotografen, acteurs, zangers et cetera. Gea: “Met hen gaan we in de creatieve werkplaats  bedenken welke culturele uiting goed past bij de thematiek. Als is bedacht wat de beste vorm is, werven we de deelnemers en met hen gaan we aan de slag om de culturele productie te realiseren. Zo wordt het een productie voor en door inwoners.”

We gaan echt naar de bewoners toe: zij weten het beste wat er speelt in hun gemeente. Op deze manier halen we verhalen op.

Vragen en hulp

De initiatiefnemers hebben twee doelen. “Allereerst willen we de lokale infrastructuur op cultureel-maatschappelijk gebied versterken, zodat inwoners samen met culturele organisaties ook zelf vervolgproducties kunnen maken; wij blijven nog een periode betrokken voor vragen en hulp,” legt Gea uit. “Het tweede doel is om het gesprek over leefbaarheid en klimaatverandering op gang te brengen. Wat zou je als inwoner kunnen doen? Wat kun je doen als culturele of maatschappelijke organisatie?”

Versterken

Gronings Vuur was al eerder neergestreken in een aantal Groningse gemeentes in 2019 en 2020. Gea werkte er toen als gastconservator. “De evaluatie van het project was positief. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen bleek wel dat eenmalig een project eigenlijk niet genoeg is als je echt iets wilt versterken in de culturele sector in een gebied. Het is beter om langer betrokken te zijn. Dus toen ik, als inwoner van Groningen, Toukomst voorbij zag komen, dacht ik: ik ga het project indienen om het een vervolg te kunnen geven.”

Alle tien

En met succes! Gronings Vuur ontvangt 2 miljoen euro vanuit Toukomst en € 440.000 van de provincie Groningen. Inmiddels wordt er alweer druk gewerkt. Gea: “We zijn nu bezig in Westerwolde en voeren daar gesprekken met de culturele sector. In september halen we verhalen van inwoners op. In mei 2023 vindt dan de culturele productie plaats. Ondertussen zijn we ook in Oldambt aan het opstarten. We willen steeds in mei en september een productie laten zien aan publiek. Zo komen we in vijf jaar in tien gemeentes.”