Op de gebieden economie, werken en leren, leefbaarheid, natuur en klimaat doet de provincie Groningen het minder goed dan het landelijk gemiddelde. De meeste gemeenten in het aardbevingsgebied scoren hierop vaak minder goed dan vergelijkbare gemeenten. Dit blijkt uit een nulmeting die we uit hebben laten uitvoeren. Op al deze vier gebieden hebben we ambities vastgesteld, met als doel om de brede welvaart en het imago van Groningen structureel te verbeteren. De meting bevestigt dat Groningen voor grote opgaven staat. De komende tien jaar gaan E&E advies, Sociaal Planbureau Groningen en Aletta Advies jaarlijks meten hoe Groningen ervoor staat.

Flinke impuls

René Paas, voorzitter van het bestuur: “We hebben de ambitie om met het nationaal programma een flinke impuls aan Groningen te geven. Om over tien jaar ook echt verschil te merken is het belangrijk om jaarlijks te monitoren of we op de goede weg zijn en waar nodig bij te sturen. De nulmeting laat zien hoe Groningen er nu voor staat. Duidelijk is dat het nationaal programma broodnodig is voor Groningen. De opgaven zijn groot. Het is de komende jaren alle hens aan dek om de doelstellingen te halen.”

De nulmeting laat zien hoe Groningen er nu voor staat. Duidelijk is dat het nationaal programma broodnodig is voor Groningen.

RENÉ PAAS, VOORZITTER BESTUUR

Bij de meting wordt gekeken naar de resultaten van de provincie Groningen en van de vijf gemeenten in het aardbevingsgebied (Eemsdelta, Het Hogeland, Groningen, Midden-Groningen en Oldambt). In de afgelopen periode hebben deze partijen plannen ingediend die gericht zijn op het behalen van de ambities van het programma.

Nulmeting

In de meting komt naar voren dat de vijf gemeenten behoren tot de groep met de laagste brede welvaart van Nederland. Dit komt voor een belangrijk deel door het lage aandeel mensen met betaald werk en een beperkt aantal vacatures. Ook ligt er een opgave om het imago van Groningen bij bedrijven en mensen die niet in Groningen wonen te verbeteren. Dit laatste was eind vorig jaar één van de conclusies in het onderzoek dat het nationaal programma heeft laten doen naar het imago van Groningen.

Resultaten per ambitie

De economische ambitie van het nationaal programma is om de bruto toegevoegde waarde in de provincie te laten stijgen. Deze daalt echter, terwijl landelijk juist sprake is van een stijging. Veruit de belangrijkste verklaring hiervoor is het afbouwen van de gaswinning. Dat betekent dat de afbouw van de gaswinning, tot en met 2022, een grote remmende factor op de totale ontwikkeling van de toegevoegde waarde in de provincie Groningen zal hebben. De meting laat verder zien dat er grote economische verschillen zijn tussen stad en Ommeland: de gemeente Groningen is een belangrijke economische motor voor de hele regio.

De ambitie op het gebied van werken en leren richt zich op het vergroten van het aantal inwoners dat werkt, het verhogen van de omvang van het inkomen en het opleidingsniveau in de vijf gemeenten. Daarvoor is het onder andere nodig om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan een baan te helpen, armoede en problematische schulden terug te dringen en te zorgen voor om-, her- en bijscholing van Groningers met een opleiding op mbo niveau 2 of 3.

Wat betreft de ambitie leefbaarheid zijn er duidelijk verschillen tussen de gemeenten in het aardbevingsgebied. Vooral in Oldambt, Eemsdelta en Midden-Groningen blijft de leefbaarheidssituatie op dit moment achter en moeten bestaande achterstanden worden ingelopen om de ambitie op dit terrein te halen.

Voor natuur en klimaat geldt dat het aantal planten en diersoorten in de provincie Groningen onder het landelijke gemiddelde ligt. Bovendien is de achterstand van Groningen op het landelijk gemiddelde de afgelopen periode vergroot.