Yvonne Dubben, projectleider pilot Automatic Train Operation bij Arriva Nederlandsporen

“Kunnen we meer treinen in Noord-Nederland laten rijden? En kunnen we het voor reizigers nog beter en comfortabeler maken? Ja, dat moet kunnen. Diverse partijen sloegen de handen ineen en in 2019 werd, met steun van Nationaal Programma Groningen, een pilot opgezet met Automatic Train Operation (ATO). ATO is een ondersteunend systeem dat machinisten helpt bij het besturen van de trein. Vergelijk het bijvoorbeeld met auto’s die cruise control hebben of zelfs auto-pilot. Het doel van ATO is dat we meer treinen kunnen laten rijden die ook nog eens zuiniger, punctueler en comfortabeler zijn. Kortom: een nog betere ervaring voor de reiziger.

Domino-effect

In Groningen hebben we veel enkelsporige spoorlijnen, waardoor inhalen – op een paar plekken na – niet mogelijk is. Om meer treinen te laten rijden, kan het een optie zijn om extra sporen aan te leggen. Vraag is echter of dat mogelijk is en ook wat de kosten en doorlooptijd zijn. ATO is dan wellicht een slim alternatief. Door ATO kunnen we treinen secuurder laten rijden, waardoor de stiptheid toeneemt en reizigers minder overstappen missen. Deze hogere punctualiteit is juist op enkel spoor erg belangrijk omdat één vertraagde trein tot meer vertraagde treinen leidt; het zogenaamde domino-effect. Ook kunnen met het ATO-systeem treinen dichter op elkaar rijden, waardoor we extra treinen kunnen inzetten en zo meer reizigers kunnen vervoeren. Een ander mooi effect is dat de treinen door het gebruik van ATO zuiniger rijden.

Gesimuleerde dienstregeling

De eerste ritten hebben we in de nachten gedaan door de dienstregeling van overdag te simuleren – zonder reizigers. De software en techniek die speciaal voor ATO gebouwd zijn, werden tijdens deze ritten getest, verfijnd en verbeterd totdat er een goed werkend en betrouwbaar systeem was. Inmiddels hebben we testritten uitgevoerd met reizigers aan boord. Zij kregen een blinde test: ritten mét ATO en ritten zonder. Van hen wilden we weten welke rit het meest comfortabel was. Op dit moment worden al onze bevindingen bij elkaar gelegd en geanalyseerd. Vervolgens gaan we met de betrokken partijen om tafel over hoe nu verder. Het mooist aan dit project? Dat we het gewoon zijn gaan dóen. Je kunt achter je bureau berekeningen blijven maken, erover praten en er nog eens over praten. Maar door zo’n trein gewoon te laten rijden, leer je het meest. En dat is wat we hebben gedaan. Niet lullen maar poetsen.”

Dit interview is ook terug te vinden in het Jaarverslag 2019